Borstvoeding bij te vroeg geboren kinderen

Inleiding

Een te vroeg geboren kind is nog niet volgroeid. De kraamdagen en het geven van borstvoeding verlopen anders dan je had verwacht. Vermoedelijk keek je ernaar uit om je kind direct na de geboorte dicht bij je te houden en direct borstvoeding te geven. Of misschien was je niet van plan borstvoeding te geven, maar wilde je toch starten met kolven om gedurende de eerste periode moedermelk aan je kind te geven. Borstvoeding geven aan een te vroeg geboren kind vraagt meer geduld, tijd en inspanning. Maar er zijn zeker ook voordelen:

  • Moedermelk bevat bestanddelen die je kind nu extra nodig heeft.
  • Het geeft voldoening en zelfvertrouwen als je kind groeit door de melk die je geeft.
  • De band tussen jou en je kind wordt sterker door het nauwe contact.

We willen je graag ondersteunen bij het geven van borstvoeding, met respect voor je persoonlijke wensen en mogelijkheden.
Algemene informatie over het geven van borstvoeding leest u in het ‘Borstvoeding informatieboekje’.

Het belang van moedermelk

Vanaf ongeveer 36 weken zwangerschap krijgen kinderen via de placenta van de moeder bescherming tegen ziekte (afweerstoffen). Een te vroeg geboren kind mist deze afweerstoffen. Moedermelk bevat ook afweerstoffen. Het is bij een te vroeg geboren kind dus extra waardevol om moedermelk te krijgen. De melk is licht verteerbaar. De samenstelling is grotendeels aangepast aan de behoefte van het kind. Ze bevat extra eiwitten voor de groei, speciale stoffen voor de ontwikkeling van de hersenen, en afweerstoffen die de kans op infecties verkleinen (o.a. darm- en luchtweginfecties). Moedermelk bevat bestanddelen die je op geen enkele andere manier aan je kind kunt geven.

De gezondheidsraad adviseert om zes maanden volledig borstvoeding te geven. Ook als je kind gedurende een kortere periode moedermelk krijgt of als je borstvoeding met kunstvoeding combineert, heeft dit vele voordelen voor de gezondheid, groei en ontwikkeling van je kind.

Borstvoeding geven aan een te vroeg geboren kind

Je kind zal in het begin nog niet of niet goed zelf aan de borst kunnen drinken.  Daarom is het belangrijk dat je de melkproductie op gang brengt door te kolven. Hoe sneller je hier na de geboorte mee start, hoe sneller de melkproductie op gang komt en er moedermelk beschikbaar is voor je kind. Streef ernaar om uiterlijk binnen zes uur na de bevalling te starten.
Lees voor informatie over het kolven en bewaren van moedermelk de folder ‘Kolven’.

Je kind kan aan de borst drinken zodra zuigen, slikken en ademen op elkaar afgestemd zijn. Dit is meestal vanaf ongeveer 34 weken. Wanneer je kunt beginnen met aanleggen hangt ook af van de conditie van je kind. Soms kan het maag/darmkanaal van een kind nog geen melk verdragen. De eerste dagen krijgt je kind dan vocht en voedingsstoffen toegediend via een infuus. Meestal kan je kind al snel kleine hoeveelheden voeding krijgen. We geven dit door een slangetje dat via de neus naar de maag loopt. Op die manier geniet je kind van de bijzondere eigenschappen van de moedermelk, nog voordat het zelf aan de borst kan drinken. Door je kind regelmatig te laten oefenen met zuigen aan een lege borst of een fopspeen, wordt de zuigreflex gestimuleerd.

Stappenplan

Het leren drinken is een geleidelijk proces. Hierbij onderscheiden we de volgende tien stappen:

Stap 1 tot en met 4

De kans op een succesvolle borstvoeding neemt toe door huid-op-huidcontact. Buidelen stimuleert de melkproductie en bevordert het stromen van de melk bij het kolven. Mogelijk zal je kind tijdens het buidelen zelf op zoek gaan naar de borst, likken en mogelijk ook sabbelen. Van echt aanleggen hoeft in het begin nog geen sprake te zijn. Je kunt een druppeltje melk uit de tepel drukken zodat je kind dat kan oplikken. Wanneer je kind tijdens het aanbieden van de sondevoeding in de buurt van de tepel ligt, ruikt het de borst. Het kind associeert zo een voldaan gevoel met jouw warmte en geur.

Stap 5 tot en met 7

Is je kind wakker en heeft het zuigbehoefte? Dan is het goed om dit moment te benutten en de borst aan te bieden. Leg je kind goed gesteund met het buikje tegen jouw buik, en de tepel ter hoogte van het neusje. Streel met de tepel tegen de lipjes. Wanneer je kind de mond wijd open doet, breng het dan voorzichtig dichter naar de borst zodat het de tepel ver genoeg in de mond kan nemen.

De meeste kinderen zuigen in het begin korte teugjes en zijn snel moe. Soms zal een kind al vanaf de eerste keer de tepel vasthouden en doorzuigen. Het is dan ook belangrijk dat de borsten de eerste keren niet vol melk zitten, om te voorkomen dat je kind zich verslikt. Zodra je kind een aantal keren geoefend heeft kunt je starten met aanleggen aan een wat vollere borst. Je kind leert nu een ritme te vinden in zuigen, slikken en ademhalen. Let  goed op de signalen die je kind geeft. Wanneer de melk te snel stroomt of wanneer je kind doordrinkt zonder pauze te nemen, is het belangrijk dat je je kind van de borst haalt. Om te meten hoeveel je kind gedronken heeft kunnen het we voor en na de borstvoeding wegen. In het begin zal dat misschien maar vijf milliliter zijn, maar dat is een goed begin. Het veilig en comfortabel voeden zijn belangrijker dan de hoeveelheid die je kind nu bij jou drinkt.

Stap 8 tot en met 10

In het begin zal je kind in staat zijn om één tot twee keer per dag te drinken. Als het goed gaat mag je kind vaker aan de borst. Kinderen die te vroeg geboren zijn hebben tussen de voedingen in voldoende slaap nodig. Ze kunnen ook nog niet altijd zelf aangeven wanneer ze honger hebben. Daarom is het voeden volgens een vast schema belangrijk. Zodra je kind er klaar voor is kun je geleidelijk overgaan naar borstvoeding op verzoek. Meestal zijn kinderen hier tegen de uitgerekende datum klaar voor.

Borstvoeding met een tepelhoedje

Als een kind iets tegen zijn gehemelte voelt wekt dit de zuigreflex op. Wanneer de tepel niet ver genoeg in het mondje komt kan het kind moeite hebben met zuigen. Ook heeft een kind voldoende kracht nodig om de borst goed in de mond te houden. Een tepelhoedje kan hierbij helpen. Voor meer informatie verwijzen we graag naar de folder ‘Borstvoeding met tepelhoedje’.

Fopspeen

Een fopspeen is belangrijk voor een te vroeg geboren kind. Zuigen werkt rustgevend, is pijnstillend en bevordert de vertering. Zolang borstvoeding op verzoek niet mogelijk is, is het goed om een te vroeg geboren kind de kans te geven te zuigen op een fopspeen.

Bijvoeding

Streef ernaar om je kind minimaal één maal per dag vers gekolfde melk te geven. Dit is melk die niet gekoeld en weer opgewarmd is. Deze melk bevat een maximaal aantal levende en beschermende stoffen. Soms voegen we extra eiwitten, vitaminen en mineralen aan de moedermelk toe (Breast Milk Fortifier). Dit betekent niet dat je melk niet goed genoeg is, maar dat je kind nog net iets meer van bepaalde stoffen nodig heeft om goed te groeien. Heb je onvoldoende moedermelk beschikbaar? Dan krijgt je kind speciale voeding voor te vroeg geboren kinderen.

Gedurende de tijd dat je kind nog niet alle voeding uit de borst drinkt, krijgt het de bijvoeding (bij voorkeur afgekolfde moedermelk) op een andere manier. Dit kan via een voedingssonde, een cupje, via fingerfeeding of met een fles. Het drinken uit de fles vraagt een andere techniek van je kind dan het drinken uit de borst. Zolang je kind nog aan het leren is om aan de borst te drinken kan het geven van voeding via een speen leiden tot de zogenaamde zuig- of drinkverwarring. De kans op drinkverwarring neemt sterk af zodra je kind eenmaal goed aan de borst kan drinken. Daarna kan je kind ook leren om uit een flesje te drinken. Voor meer informatie verwijzen we graag naar de folder ‘Flesvoeding bij te vroeg geboren kinderen’.

Naar huis

Voor te vroeg geboren kinderen is het belangrijk dat ze vanaf het begin moedermelk krijgen, ook al drinken ze nog niet alles zelf aan de borst. Thuis geef je je kind steeds meer borstvoeding tot het volledig aan de borst drinkt. Een lactatiekundige kan je daar eventueel bij helpen. Tot die tijd is het belangrijk dat je door middel van kolven je melkproductie goed op gang houdt.

Contact

De lactatiekundige van het ziekenhuis is op weekdagen tussen 09.00 en 15.30 uur telefonisch bereikbaar via het nummer 088 70 66 644.

Heb je specifieke vragen voor een lactatiekundige buiten kantooruren, in het weekend of op feestdagen?  Neem dan contact op met de borstvoedingshulplijn:

www.borstvoedingslijn.nl
Tel. 0900 267 78 86
Mail: borstvoeding@live.nl

Je kunt altijd met je vragen terecht bij de borstvoedingsverenigingen:

  • Vereniging Borstvoeding Natuurlijk (VBN): Tel. (0343) 57 66 26
  • La Leche League Nederland (LLL) : Tel. (0111) 41 31 89

Op www.borstvoedingsforum.nl kun je ervaringen uitwisselen met andere moeders. Je kunt vragen over borstvoeding stellen en vragen van anderen beantwoorden. Regelmatig zijn ook vrijwilligsters van de VBN en LLL of lactatiekundigen op dit forum actief.

Andere interessante websites over borstvoeding:

www.borstvoeding.nl
www.voedingscentrum.nl
www.minvws.nl
www.borstvoeding.com

05/15 |