Borstvoeding informatieboekje

Inleiding

Deze folder bevat informatie over het geven van borstvoeding en de bijzondere eigenschappen van moedermelk.

De keuze voor borstvoeding

Borstvoeding is voor zuigelingen de meest natuurlijke en geschikte voeding. Moedermelk is een uniek en levend product, precies aangepast aan de behoefte van je kind. Het geven van borstvoeding heeft ook voor jou voordelen. Geef je zes maanden of langer borstvoeding? Dan heb je een verminderde kans op eierstokkanker, borstkanker en osteoporose. Ook zorgt het geven van borstvoeding ervoor dat de baarmoeder beter samentrekt en het bloedverlies na de geboorte van je kind minder is. Borstvoeding is altijd beschikbaar en op temperatuur. Zelf voeden is leuk, gemakkelijk en voordelig.

Eigenschappen van moedermelk

Moedermelk is niet na te maken. Het bevat niet alleen de voedingsstoffen die je kind nodig heeft, maar ook antistoffen die beschermen tegen ziekten. Groeifactoren en enzymen zorgen voor een optimale ontwikkeling van de nog onrijpe organen. Antistoffen blijven tijdens de hele borstvoedingsperiode aanwezig. Hoe langer je borstvoeding geeft, hoe meer je kind beschermd is tegen bepaalde ziekten. Ook op latere leeftijd kunnen de effecten van borstvoeding nog aangetoond worden. De belangrijkste voordelen van borstvoeding voor je kind zijn:

  • Bescherming tegen bepaalde ziekten, eczeem en allergieën.
  • Ondersteuning bij de ontwikkeling van de hersenen.
  • Bescherming tegen hart- en vaatziekten en suikerziekte op latere leeftijd.
  • Minder kans op overgewicht.

Vuistregels voor het welslagen van borstvoeding

Uitgangspunt voor onze begeleiding bij borstvoeding zijn de tien vuistregels van de WHO/UNICEF. Deze regels zijn wereldwijd een leidraad voor het bevorderen en welslagen van borstvoeding.

  1. Het ziekenhuis heeft een beleid ten aanzien van borstvoeding. Het beleid is bekend bij alle betrokken medewerkers.
  2. Alle betrokken medewerkers hebben vaardigheden die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dat beleid.
  3. Alle zwangere vrouwen krijgen voorlichting over de voordelen en de praktijk van borstvoeding geven.
  4. Pasgeborenen kunnen na de geboorte ongestoord kennis maken met de moeder door bloot huid op huid contact, tot en met het eerste aanleggen binnen het eerste uur.
  5. Vrouwen krijgen uitleg over hoe ze hun kind moeten aanleggen en hoe zij de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs als moeder en kind gescheiden zijn.
  6. Pasgeborenen krijgen geen andere voeding dan borstvoeding, tenzij op medische indicatie.
  7. Moeder en kind mogen dag en nacht bij elkaar op de kamer blijven.
  8. Borstvoeding op verzoek wordt nagestreefd.
  9. Pasgeborenen die borstvoeding krijgen, krijgen geen speen of fopspeen.
  10. De instelling onderhoudt contacten met andere instellingen en disciplines over de begeleiding bij borstvoeding en verwijst ouders naar borstvoedingsorganisaties.

Borstvoeding in de praktijk, hoe werkt het?

In de borst liggen de melkklieren in een trosje rond vijftien tot twintig melkkanaaltjes. Deze komen in de tepel uit. Om de melkklieren heen bevinden zich spiercellen. Door het samentrekken van de spiercellen stroomt de melk in de melkkanaaltjes naar voren richting de tepel. Als je kind aan de borst drinkt gaat er een seintje naar de hersenen om de hormonen Prolactine en Oxytocine vrij te geven.

  • Prolactine zorgt voor het op gang komen van de melkproductie.
  • Oxytocine zorgt voor het toeschieten van de melk (de toeschietreflex). Dit kan een tintelend gevoel geven in de borst. Dit hormoon zorgt er ook voor dat de baarmoeder samentrekt. Dit is voelbaar en soms zelfs pijnlijk tijdens het voeden. Na enkele dagen verdwijnen deze naweeën vanzelf. Zijn de naweeën erg pijnlijk? Dan kun je pijnstilling gebruiken die niet schadelijk is voor je kind.

Vraag en aanbod

Je kind mag drinken naar behoefte. Kijk niet naar de klok maar naar de hongersignalen en het drinkpatroon van je kind. Borstvoeding geven is een kwestie van vraag en aanbod. Hoe vaker je jouw kind aan de borst legt, hoe meer melk er aangemaakt wordt.

Het belang van huid op huid contact

Na de geboorte is het belangrijk om ongestoord kennis te maken met je kind. Direct na de geboorte wordt je kind bloot op jouw blote huid gelegd, tot en met het eerste aanleggen. Laat je gezondheidstoestand dit niet toe, dan kan de vader huid op huid contact toepassen. De hormonen die vrijkomen bij huid op huid contact bevorderen gevoelens van rust, ontspanning en verbondenheid. Daarom is lichamelijk contact tussen jou en je kind ook in de dagen en weken na de geboorte belangrijk.

Huidcontact:

  • bevordert de relatie tussen ouder en kind.
  • stimuleert de reflexen van het kind om aan de borst te drinken.
  • stimuleert de melkproductie en de toeschietreflex in de borsten van de moeder.

De eerste borstvoeding

Het eerste aanleggen vindt meestal binnen een uur na de geboorte plaats. De meeste kinderen hebben het eerste uur na de geboorte een sterke zuigreflex en zijn erg helder. Lukt het aanleggen niet binnen het eerste uur? Dit wil dan niet zeggen dat de borstvoeding niet zal slagen. Leg je kind aan de borst zodra het wel kan. Is het niet mogelijk om je kind aan de borst te laten drinken of drinkt je kind onvoldoende? Dan adviseren wij je om snel na de geboorte te starten met kolven. Voor uitgebreide informatie over het kolven en bewaren van moedermelk verwijzen we graag naar de folder ‘Kolven’.

De eerste dagen

De eerste borstvoeding die je kind krijgt, heet “colostrum”. De voeding is wat dikker en geler dan de latere borstvoeding. Deze melk bevat extra eiwitten, vitaminen en mineralen. Zij werkt licht laxerend en is licht verteerbaar. Colostrum bevat veel antistoffen die je kind beschermen tegen infectieziekten.

Alle kinderen vallen in de eerste dagen na de geboorte af. Je hoeft hier niet van te schrikken. Een gezond voldragen kind heeft reserves voor deze eerste periode. Voor een gezond kind is er vanaf het begin voldoende melk, ook al lijkt het dat je kind maar kort bij je drinkt. Bijvoeding is niet nodig, tenzij er een medische indicatie voor is.

Door je kind vaak aan de borst te leggen, komt de melkproductie sneller op gang. Zo voorkom je ernstige stuwing. Sommige kinderen drinken in de eerste dagen wel acht tot twaalf keer aan de borst. Als de melkproductie toeneemt zal je kind vanzelf minder vaak willen drinken.

Hongersignalen

Het is belangrijk dat je je kind goed leert kennen en op de hongersignalen let. Hongersignalen zijn: zoeken, op handjes sabbelen, likken. Huilen is een laat signaal en soms is het dan moeilijk om je kind aan de borst te krijgen.

Aanleggen

Tips bij het aanleggen:

  • Voed je kind in een rustige omgeving.
  • Neem een prettige houding aan. Ondersteun jezelf eventueel met kussens.
  • Leg je kind met de buik tegen jouw buik.
  • Leg je kind zo dat de oren, schouders en heupen op één lijn liggen.
  • Zorg ervoor dat het hoofd van je kind vrij naar achter kan bewegen.
  • Leg de neus van je kind ter hoogte van je tepel. Wanneer het hoofd naar achter beweegt tijdens het aanhappen komt de tepel op de juiste plaats in de mond terecht.
  • Ondersteun zo nodig je borst door je vingers onder en je duim op de borst te leggen. Streel eventueel zachtjes met je tepel langs de lippen van je kind.
  • Doet je kind de mond wijd open? Trek het dan naar je toe.
  • Zorg ervoor dat de neus van je kind vrij ligt en de kin tegen je borst aan. Het hoofd ligt iets achterover gekanteld. Ligt het neusje te dicht bij de borst? Druk dan niet met de vingers op de borst, maar draai je kind met de heupjes dichter naar je lichaam.

Goed aanleggen kan problemen zoals tepelkloven, stuwing en borstontsteking voorkomen. Het zuigen kan in het begin gevoelig zijn door het rekken van je tepel, maar het mag geen pijn doen. Is het zuigen pijnlijk? Vraag dan advies. Mogelijk hapt je kind niet helemaal goed aan. De verpleegkundige kan je tips geven om het aanhappen te verbeteren zodat de pijn verdwijnt.

Je kind ligt goed aan de borst als:

  • De buik van je kind tegen jouw buik ligt.
  • Oren, schouders en heupen op één lijn liggen.
  • De kin tegen je borst ligt.
  • De neus vrij ligt om te ademen.
  • De mond wijd open blijft tijdens het zuigen.
  • De lippen naar buiten gekruld zijn.
  • De wangen bol blijven.
  • De mond zowel tepel als tepelhof omvat.
  • De mond wijd open blijft zonder dat je tepel heen en weer wordt gezogen.
  • Het zuigen en slikken veranderen nadat de moedermelk is toegeschoten.
  • Je geen pijn hebt tijdens het voeden.

Je kind van de borst halen

Is het zuigen pijnlijk? Haal dan je kind van de borst en laat het opnieuw aanhappen. Je haalt je kind makkelijk en pijnloos van de borst af door je pink in een mondhoek van het kind te brengen en zo het vacuüm te verbreken. Je kunt zo pijnlijke tepels en tepelkloven voorkomen.

Toeschietreflex

Emoties kunnen het toeschieten van de melk beïnvloeden. Als je gespannen bent kan dat de toeschietreflex remmen. Ook pijn tijdens het voeden, doordat het kind niet goed aan de borst ligt, kan de toeschietreflex negatief beïnvloeden. Een rustige omgeving, warmte en ontspanning kunnen een positief effect hebben op de borstvoeding.

Hoe lang mag je kind aan de borst drinken?

Je kind mag in principe zo lang drinken als het zelf wil. Meestal is je kind  in de eerste dagen na de geboorte na tien tot vijftien minuten verzadigd. Je wisselt van borst als je kind de borst loslaat of als het drinken in sabbelen overgaat. Voor een optimale stimulatie is het goed om beide borsten aan te bieden. Begin de voeding met de borst die je het laatste gegeven hebt of die je de vorige voeding niet gegeven hebt. Wanneer de voeding goed op gang is, is het verstandig om de borst goed leeg te laten drinken voordat je de andere borst aanbiedt. Dit om te voorkomen dat je kind alleen de voormelk binnenkrijgt en niet de vettere achtermelk.

Hoe weet je of je kind voldoende drinkt?

Bij het geven van borstvoeding kun je niet meten hoeveel je kind drinkt. Gelukkig geeft je kind vanzelf aan of het honger heeft en wanneer het genoeg gedronken heeft. Daarnaast kunnen de volgende richtlijnen zekerheid bieden. Je kind drinkt voldoende als het vanaf de derde dag na de geboorte:

  • Vier tot zes plasluiers heeft per 24 uur.
  • Twee tot vijf maal ontlasting heeft per 24 uur. De ontlasting is zacht en mosterdgeel.
  • Zes tot twaalf keer per 24 uur drinkt en dit gedurende 10 tot 40 minuten per keer.
  • Meerdere keren per dag twee à vier uur achter elkaar rustig slaapt.
  • Meerdere keren per dag goed wakker is.
  • Minimaal 50 gram groeit per drie dagen.

Vanaf zes tot acht weken is het mogelijk dat je kind langere pauzes laat tussen de voedingen en minder vaak ontlasting heeft. Nachtvoedingen zijn ook op deze leeftijd normaal. Aarzel niet om bij vragen of onzekerheid over je melkproductie advies te vragen.

Regeldagen

Regeldagen zijn dagen waarbij je het aanbod van voeding opnieuw moet afstemmen op de behoefte. Je kind groeit, heeft meer melk nodig en zal vaker willen drinken. Soms zelfs ieder uur. Regeldagen komen meestal voor rond de tiende dag, bij drie en zes weken en bij drie, zes en negen maanden. Ben je zelf ziek geweest of is je kind ziek geweest? Dan kun je ook een regeldag verwachten. Neem tijdens de regeldagen extra rust. Na één tot vijf dagen is vraag en aanbod weer op elkaar afgestemd en slaapt je kind weer langer tussen de voedingen.

Verzorging van de borsten

Hygiëne is belangrijk bij het geven van borstvoeding. Was voor het voeden de handen met zeep en eenmaal daags de borsten zonder zeep. Verschoon regelmatig je beha en zorg dat deze niet knelt. Draag je zoogkompressen? Verwissel deze dan na iedere voeding.
Het is niet nodig om je borsten of tepels voor te bereiden op het geven van borstvoeding. Het krijgen van tepelkloven is niet te voorkomen door voorbereiding tijdens de zwangerschap maar door zorgvuldig aanleggen na de geboorte.

Stuwing van de borsten

Enkele dagen na de bevalling kun je last krijgen van stuwing in de borsten. Dit is een gespannen, soms pijnlijk gevoel en is een teken dat de melkproductie op gang komt. Door vaak te voeden zul je minder last hebben van stuwing. Leg voordat je gaat voeden een warme doek op je borst. Dit vermindert de spanning en de melk schiet eerder toe. Masseer eventueel met de hand de gespannen tepelhof leeg zodat je kind gemakkelijker de borst kan pakken.

Bijvoeding

Leg je kind de eerste dagen vaak aan. Op deze manier krijgt je kind alle voedingsstoffen, vocht, calorieën en beschermende stoffen die het nodig heeft. Bijvoeding is meestal niet nodig en verstoort het natuurlijke proces van vraag en aanbod. Soms is bijvoeding in de eerste dagen wel noodzakelijk vanwege een medische reden. Heeft je kind bijvoeding nodig? Dan raden wij aan te kolven om de melkproductie te stimuleren.

Zolang je kind nog aan het leren is om aan de borst te drinken kan het geven van voeding via een speen leiden tot de zogenaamde zuig- of drinkverwarring. Het gevolg kan zijn dat je kind minder goed aanhapt of soms zelfs de borst weigert. De kans neemt sterk af wanneer je kind eenmaal goed aan de borst kan drinken en de melkproductie goed op gang is. Is bijvoeding in de eerste dagen medisch gezien noodzakelijk? Dan geven we dit bij voorkeur met behulp van fingerfeeding of cupfeeding. Wil je dit niet? Dan zullen wij dit respecteren.

Fopspeen

Bedenk goed waarom  je een fopspeen zou willen geven. Een kind dat voldoende en lang genoeg aan de borst drinkt zal meestal geen behoefte hebben aan een speen. Dus als je kind  hongersignalen uitzendt, dan doe je er goed aan die op te volgen. Door snel een speen aan te bieden is het risico erg groot dat je kind minder vaak gevoed wordt en te veel afvalt. Je borsten worden onvoldoende gestimuleerd waardoor je risico loopt op een te lage melkproductie. Overweeg je toch een speen te geven? Dan adviseren wij je hiermee te wachten tot minimaal vier weken na de geboorte. Gebruik de fopspeen dan alleen als de borstvoeding goed verloopt, en niet om de tijd tussen de voedingen te verlengen.

Verschillende houdingen bij het voeden

Zittend

Doorgeschoven houding
In deze houding kun je je kind helpen om goed aan te happen. Gebruik de arm aan de zijde waar je kind niet drinkt om je kind vast te houden. Leg je kind met het buikje tegen je aan, de tepel ter hoogte van het neusje van je kind en de kin tegen de borst aan. De rug en schouders van je kind rusten op je hand, met je vingers ondersteun je het hoofdje van je kind. Je onderarm steunt het ruggetje. Let erop dat je kind het hoofd vrij naar achter kan bewegen. Gebruik eventueel kussens achter je hoofd, in de rug of onder de arm om goed gesteund en ontspannen te kunnen zitten. Met de hand aan de kant waar het kind aan de borst gaat, kun je de borst vormen of ondersteunen.

Madonna houding
Deze houding is het meest bekend. Soms is het in deze houding iets moeilijker je kind te helpen goed aan te happen. Het hoofd van het kind rust op je bovenarm. Je onderarm steunt het ruggetje, terwijl je met je hand de billen of een bovenbeen vasthoudt. Let erop dat je kind het hoofd vrij naar achter kan bewegen.

Bakerhouding of rugbyhouding
Deze houding is vooral prettig bij zware borsten, stuwing of veel melk. Ook bij een klein kind, gevoelige tepels, een verstopt melkkanaal en na een keizersnede is dit een fijne houding.
Je legt je kind op een kussen naast je, met het hoofdje op je schoot. Lijf en benen liggen onder je arm, terwijl je je hand onder de rug, schouders en hoofd legt. Je kind kan in deze houding op de rug of op de zij tegen je aan liggen.

Liggend

Zijligging
Deze houding is vooral prettig na de bevalling en tijdens de nacht- en ochtendvoedingen.
Je kind ligt helemaal op de zij. Oren, schouders en heupen moeten op één lijn liggen, het gezicht naar jou gekeerd. Moeder en kind liggen buik tegen buik. Ondersteun je hoofd met een kussen.

Rugligging
Je ligt op je rug met je kind boven op je buik of borst. Meestal is het fijn om niet helemaal plat te liggen. Gebruik kussens of een ligstoel om een comfortabele houding aan te nemen. Door met je hand het voorhoofd te steunen zorg je ervoor dat het neusje vrij blijft. Deze houding prikkelt de aangeboren reflexen van je kind waardoor het soms beter aanhapt en drinkt. Deze houding is ook handig als je erg veel melk hebt. Je kind drinkt dan tegen de zwaartekracht in waardoor het voeden rustiger verloopt.

Bij alle houdingen is het belangrijk dat je kind goed gesteund op de juiste hoogte ligt, met de oren, schouders en heupen op één lijn en de neus tegenover je tepel voordat je kind aanhapt.

Borstvoeding geven wanneer je kind speciale zorgen nodig heeft

Ook als je kind te vroeg geboren is of ziek is kun je borstvoeding geven. De verpleegkundigen helpen je daar graag bij. De kinderarts bepaalt hoe vaak en hoeveel voeding je kind moet krijgen.

Kolven

Om de melkproductie voldoende te stimuleren of te onderhouden is het is verstandig om minimaal zes tot acht maal per 24 uur te voeden of te kolven. Lukt het niet om je kind zelf de borst te geven, heb je te veel of te weinig melkproductie of wil je het geven van borstvoeding combineren met een baan buitenshuis? Dan is het kolven van de borsten nodig. Kolven kan met de hand of met een kolfapparaat, afhankelijk van de reden en je voorkeur. Informatie vind je in de folder “Kolven”.

Je eigen voeding

Over het algemeen kun je als je borstvoeding geeft, gewoon eten wat je gewend bent. Neem naast de drie hoofdmaaltijden dagelijks enkele voedzame tussendoortjes zoals fruit, yoghurt of een boterham. Je kunt behoefte hebben aan meer drinken. Dat komt omdat borstvoeding extra vocht aan het lichaam onttrekt.

vegetarisch eten

Ben je vegetariër maar gebruik je wel melkproducten en eieren? Dan komen jij en je kind niets tekort. Ben je veganist en sluit je ook dierlijke eiwitten uit? Dan hebben jij en je kind kans op tekorten aan bepaalde voedingsstoffen. In dat geval raden wij je aan contact op te nemen met een diëtist.

Voedselovergevoeligheid

De meeste moeders die borstvoeding geven, kunnen alles eten zonder dat het kind daar last van heeft. Sommige kinderen reageren echter gevoelig op voeding die de moeder eet zoals uien, kool of scherpe kruiden. Het kind kan dan overmatig huilen, heeft darmkrampen of laat veel windjes. Om zeker te zijn of deze reactie ontstaat door de voeding van de moeder, is het aan te bevelen om een voedingsboekje bij te houden. Na ongeveer zes tot vierentwintig uur na de maaltijd zijn sporen van voedingsmiddelen nog terug te vinden in de borstvoeding. Heb je een vermoeden op welke voeding je kind gevoelig reageert? Eet dit dan gedurende minimaal twee weken niet. Komen de klachten terug als je de verdachte voeding weer eet? Dan is dit het bewijs dat het kind voor deze voeding overgevoelig is. Vermijd dan voortaan deze voeding.

Gebruik van genotmiddelen

Matig gebruik van koffie, thee, cola en chocolade geeft meestal geen problemen. Een kleine hoeveelheid cafeïne komt in de borstvoeding terecht. Dit geldt ook voor een stof in chocolade die op cafeïne lijkt. Is je kind erg wakker of onrustig? Gebruik dan cafeïnevrije producten. Drink liever geen alcohol terwijl je borstvoeding geeft. Alcohol komt in de moedermelk terecht. Bij regelmatig gebruik of bij grotere hoeveelheden heeft de alcohol een negatief effect op de hersenontwikkeling en de groei van het kind. Gebruik geen drugs. Ook deze stoffen komen in de moedermelk terecht en hebben zeer schadelijke gevolgen voor de groei en de ontwikkeling van het kind.

Ook nicotine komt in de moedermelk terecht. Rook je? Doe dit dan niet direct voor de voeding en liefst niet in het bijzijn van je kind. Roken heeft een negatief effect op de melkproductie en de toeschietreflex.

Gebruik van medicijnen

Gebruik liever geen medicijnen tijdens het geven van borstvoeding. Krijg je medicijnen voorgeschreven? Meld dan aan je arts dat je borstvoeding geeft. Je kunt een arts of lactatiekundige raadplegen voor advies over het gebruik van medicijnen.

Vruchtbaarheid

Door het geven van uitsluitend borstvoeding ben je tijdelijk verminderd vruchtbaar. Borstvoeding geven zorgt zo voor een natuurlijke geboortespreiding. Heb je tijdens de borstvoeding weer gemeenschap en gebruik je geen middelen voor anticonceptie?
Dan is er toch een kans op een nieuwe zwangerschap. Bespreek onderwerpen zoals anticonceptie of een nieuwe kinderwens met de verloskundige, arts of lactatiekundige.

Borstvoeding en werk combineren

Met borstvoeding geef je je kind niet alleen de beste start maar ook na de eerste maanden blijven de gezondheidsvoordelen van borstvoeding aanwezig. Ook heb je zelf in de eerste maanden na de geboorte van je kind het plezier en gemak van borstvoeding geven kunnen ervaren. Weer aan het werk gaan kan een moeilijke stap zijn met tegenstrijdige gevoelens. Het geeft voldoening om je werk weer te hervatten, maar het is moeilijk om je kind achter te laten. Doorgaan met borstvoeding is een tastbare verlenging en versterking van de verbondenheid met je kind. Na een drukke werkdag thuiskomen en je dan met je kind terugtrekken voor een voeding kan een heerlijk moment van ontspanning zijn.

Volgens de Nederlandse wetgeving is de werkgever verplicht om de voedende moeder de mogelijkheid, plaats en tijd te bieden om haar kind te voeden of haar melk af te kolven totdat het kind negen maanden oud is.

  • Het voeden of kolven geldt als werktijd, en mag tot maximaal een kwart van de dagelijkse arbeidsduur in beslag nemen.
  • De werkgever is verplicht om deze tijd door te betalen.
  • De werkgever moet hiervoor een afsluitbare ruimte ter beschikking stellen.

Bespreek je wensen en de mogelijkheden tijdig met je werkgever zodat je met een gerust gevoel weer aan het werk gaat.

Zie voor meer informatie:

  • Brochure Arbeidstijdenwet van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bestel de gratis brochure op www.rijksoverheid.nl of via tel. 1400
  • Brochure Borstvoeding en een baan (VBN) of Borstvoeding en werk (LLL)

Naar huis

Gaat alles goed? Dan mag je naar huis. De kraamverzorgster neemt thuis de zorg over. Je kunt dan met behulp van het voedingsboekje laten zien hoe de borstvoeding in het ziekenhuis verlopen is.

Borstvoedingsorganisaties

In Nederland zijn er verschillende borstvoedingsorganisaties waar je terecht kunt met vragen over borstvoeding: de Vereniging Borstvoeding Natuurlijk (VBN) en La Leche League Nederland (LLL). Met concrete vragen kun je bellen naar borstvoedingsconsulenten of contactmoeders. Zij hebben zelf ruime borstvoedingservaring en kregen extra opleiding. Zij zijn telefonisch bereikbaar om vragen te beantwoorden en steun te geven. Daarnaast organiseren zij ook moedergroepen en informatiebijeenkomsten. Deze dienstverlening is vrijwillig en gratis.

Op de volgende landelijke telefoonnummers kun je navragen wie de contactpersoon is in jouw regio en wanneer er informatiebijeenkomsten georganiseerd worden.

  • Vereniging Borstvoeding Natuurlijk (VBN) 
    Landelijk nummer: (0343) 57 66 26
  • La Leche League Nederland (LLL)
    Landelijk nummer Tel. (0111) 41 31 89

Deze organisaties geven ook informatiebrochures uit over de meeste aspecten van borstvoeding. Voor het volledige aanbod kijk op: www.borstvoedingnatuurlijk.nl en www.lalecheleague.nl of vraag een informatiefolder aan de verpleegkundige.

Lactatiekundige

Meestal zul je weinig problemen ondervinden bij het geven van borstvoeding. Soms zijn er echter bijzondere omstandigheden of doen zich problemen voor waarbij specifieke kennis en ervaring nodig zijn. Lactatiekundigen zijn hiervoor opgeleid. Informatie over deze zorgverlening kun je terugvinden op www.nvlborstvoeding.nl .
Je kunt ook contact opnemen met een kraamzorgvereniging of consultatiebureau, zij kunnen je doorverwijzen naar een lactatiekundige. Vergoedingen voor lactatiekundige zorg en/of kolfapparatuur is per verzekering anders. Je kunt dit navragen bij de zorgverzekeraar.

Telefoonnummers:

Kraamcentrum DAT                                     (0165) 34 13 34
Kraamcentrum Homecare                            0900 - 206 44 44
Thebe/Kraamzorg                                         0900 – 8122
ZIN kraamzorg                                              0167 – 74 10 00
Consultatiebureau TWB                                088 -560 3004

De lactatiekundige van het ziekenhuis is op werkdagen tussen 09.00 en 15.30 uur bereikbaar op tel.nr. 088-70 66 644.

Heb je specifieke vragen voor een lactatiekundige buiten kantooruren, in het weekend of op feestdagen? 
Neem dan contact op met de borstvoedingshulplijn:

www.borstvoedingslijn.nl
Tel. 0900 267 78 86
Mail: borstvoeding@live.nl

Internet

Op www.borstvoedingsforum.nl kun je ervaringen uitwisselen met andere moeders. Je kunt vragen over borstvoeding stellen en vragen van anderen beantwoorden. Regelmatig zijn ook vrijwilligsters van de VBN en LLL of lactatiekundigen op dit forum actief.

Andere interessante websites over borstvoeding:

www.borstvoeding.nl
www.voedingscentrum.nl
www.minvws.nl
www.borstvoeding.com

Boeken

Over borstvoeding zijn o.a. de volgende boeken verkrijgbaar:

  • Borstvoeding (Mary Broekhuysen, Stefan Kleintjens, ISBN 978 90 274 6621 1 Het Spectrum)
  • Handboek borstvoeding (Borstvoedingsorganisatie La Leche League, Veltman Uitgevers, ISBN: 978 90 483 0246 8)
  • Borstvoeding, natuurlijk eenvoudig (Nancy Mohrbacher & Kathleen Kendall –Tackett, vertaling: de Bakermat, Marsha Herten, Garant, Antwerpen-Apeldoorn, ISBN: 9789044125092)

10/15 | 1913208