Flesvoeding informatieboekje

Inleiding

De informatie in dit boekje geldt voor gezonde, voldragen kinderen. Mogelijk is jouw kind te vroeg geboren, ziek of heeft een ander gewicht dan het gemiddelde pasgeboren kind. Je krijgt dan aangepaste informatie.

Hoe vaak geef je je kind flesvoeding?

Je kind geeft aan dat het wil drinken door zoekende bewegingen met de mond te maken. Voed je kind de eerste tijd om de drie tot vier uur, dus zes tot acht keer per dag. Een strak schema volgen is niet nodig. De eerste dagen drinkt een kind kleine hoeveelheden. Heeft je kind de fles leeggedronken en is het nog erg onrustig en zoekende? Dan kun je iets meer aanbieden. De fles hoeft niet altijd leeg. Je kind heeft geen honger meer als het:

  • het hoofd wegdraait;
  • melk uit de mondhoeken laat lopen;
  • de speen met de tong wegduwt;
  • niet meer gretig toehapt als je de fles opnieuw aanbiedt.

Merk je dat je kind niet voldoende drinkt? Dan kun je het vaker de fles aanbieden. Je kunt je kind wakker maken door het minder warm toe te dekken of de luier te verschonen.

Hoeveel flesvoeding?

Je kunt de volgende hoeveelheden melk per flesvoeding aanhouden:

                        min.       max.

1e dag:            10 ml  - 20 ml
2e dag:            20 ml  - 30 ml
3e dag:            30 ml  - 40 ml
4e dag:            40 ml  - 50 ml
5e dag:            50 ml  - 60 ml
6e dag:            60 ml  - 70 ml

Geef je kind na de zesde dag ongeveer 150 ml flesvoeding per kilo van het lichaamsgewicht, gespreid over zes tot acht flesvoedingen per dag. Als je kind drie kilo weegt, dan heeft het op een dag dus drie keer 150 ml = 450 ml voeding nodig, verdeeld over zes flessen van 75 ml , zeven flessen van 64 ml of acht flessen van 56 ml. Houd deze hoeveelheid aan tot je kind op controle gaat bij het consultatiebureau. Geef niet veel meer of minder dan de voorgeschreven hoeveelheid voeding. Te veel voeding veroorzaakt mogelijk maag-darmklachten en overgewicht. Te weinig voeding veroorzaakt ondergewicht.

Welke fles

Neem bij voorkeur vanuit thuis een eigen fles mee, zodat je kind direct kan wennen aan de fles die je hebt uitgekozen. Er zijn flessen en spenen in allerlei soorten en maten. Een voeding duurt gemiddeld vijftien tot twintig minuten, maar nooit langer dan een half uur. Heb je het idee dat je kind te langzaam drinkt? Draai de speen dan iets losser. Drinkt het juist erg gulzig? Draai de speen dan vaster of probeer een andere speen. Controleer regelmatig flessen en spenen en vervang  ze bij barstjes en beschadiging.

Het bereiden van kunstvoeding

Was eerst je handen. Gebruik je je eigen fles? Zorg dan dat de fles goed schoon is. Kant en klare melk mag je op kamertemperatuur geven. Voelt de melk koud aan? Dan kun je de melk als volgt verwarmen:

  • In de magnetron, op laag vermogen.
  • In de flessenwarmer, maximaal 37 graden.

Let op! Kleine hoeveelheden melk zijn heel snel warm. Maak de fles niet warmer dan 30 tot 35°C. Meng de melk goed na het verwarmen. Controleer de temperatuur met een druppeltje melk op de binnenkant van je pols.

Bewaar geopende voeding niet langer dan twee uur op kamertemperatuur. Warm restjes voeding niet opnieuw op, maar gooi ze weg. Bewaar voeding maximaal 24 uur in de koelkast. Voor het klaarmaken van kunstmatige zuigelingenvoeding in poedervorm volg je de voorschriften op de verpakking.

Houding bij flesvoeding

Het voeden van je kind speelt een grote rol bij het opbouwen van een band tussen ouder en kind. Geef je kind aandacht en lichamelijk contact tijdens het voeden. Neem je kind op schoot. Zorg ervoor dat je je kind goed ondersteunt. Bied de fles bijna horizontaal aan zodat de speen net gevuld is met melk. Beweeg met de speen over de wang of lippen van je kind. Wanneer het de mond opent, breng je de speen in de mond. Hef de fles iets op, zodat de speen gevuld blijft met melk. Zo voorkom je dat je kind te veel lucht binnenkrijgt of zich verslikt.

Aanbevolen houdingen

Deze houding biedt omvoldoende steun:

Na de voeding

Houd je kind rechtop zodat het een boertje kan laten. Als gedurende de voeding de zuigbehoefte niet volledig bevredigd is, kan een fopspeen na de voeding een oplossing zijn.

Adviezen om stuwing van de borsten te voorkomen

Draag direct na de bevalling een stevige BH om stuwing van de borsten zoveel mogelijk te voorkomen. Ga niet te lang onder de warme douche. Houd eventueel de BH aan tijdens het douchen.

Vragen

Heb je nog vragen? Stel ze dan gerust aan de kraamverzorgende, verpleeg-, verlos- of lactatiekundige van de afdeling. Als je weer thuis bent kun je contact opnemen met je thuiszorgorganisatie of het consultatiebureau.

Uitgebreide informatie over flesvoeding kunt u raadplegen op de website van het voedingscentrum: www.voedingscentrum.nl

12/16 |